Arnold Langemann is in 1566 geboren te Mengeringhausen, onderdeel van het huidige Bad Arolsen, regio Waldeck, Hessen in Duitsland. Zijn vader is waarschijnlijk Gercke Langemann, een “Vóllspänner”(*) in het nabijgelegen dorp Helsen. Arnold bezocht de universiteit van Wittenberg en deed staatsexamen in 1586. In 1586 werd de Bachelor of Arts (BA) der Geesteswetenschappen toegekend aan Arnold Langemann.

Zijn toekomstige zwager, Philipp Nicolai was hem een paar jaar eerder reeds voorgegaan. De biografie van predikant Philipp Nicolai kan op vele websites op internet worden teruggevonden. De ervaring van Philipp Nicolai diende met zekerheid als voorbeeld voor Arnold om zijn toekomstige talenten te ontplooien in dienst bij de graven van Waldeck-Landau, Waldeck-Eisenberg en Waldeck-Wildungen. Op een bepaald moment, in zijn jongere jaren, “vergriekste” Arnold Langemann zijn naam en werd Arnold Macrander. (In de Duits-Latijnse kerk werd dit Arnoldus Macrander).

De oom van Arnold Langemann (Macrander) was Kanzler (Kanselier) Anton Holmann (*1535-†1606), lid van de "Vormundschafliche Regierung" (interim regering) van Waldeck-Eisenberg, wegens het overlijden van graaf Franz III van Waldeck-Eisenberg in 1597.

Arnold Langemann (Macrander) diende van 1587 tot 1591 als secretaris onder Bernhard, Graf von Waldeck-Landau, Fürstbischof van Osnabrück, totdat de bisschop overleed als gevolg van een operatie in verband met verwijdering van een gezwel op zijn been.
Arnold Langemann (Macrander) trouwde voor de 2e keer. Deze keer met Regina Nübel afkomstig van Peckelsheim, Westfalen. Uit dit huwelijk werden 2 kinderen geboren, Johannes (Johann) (08-12-1600) en Elisabeth (1603). Arnold werd vervolgens procurator (advocaat/procureur) in Nieder-Wildungen. In 1610 waren hij en Regina inmiddels verhuisd naar haar geboorteplaats Peckelsheim (nabij Paderborn) in Westfalen, alwaar hij - wellicht naast zijn werk als procurator - tot 1612 werkzaam was als fiscalis (afgevaardigde der belastingen) van het ambt Dringenberg. Arnold stierf daar op 15-03-1620, meer door het aanvechten van de religie - het katholicisme - dan ouderdom. In het Haus- und Handbuch van Johann Friedrich Macrander is te lezen:
(Peckelsheim, 1620)
Zijn zoon Josias bezocht de universiteit van Giessen in 1611. Josias is vervolgens getrouwd, maar de achternaam van zijn echtgenote is niet vastgelegd in de aktes van Giessen. Zijn andere zoon Johannes bezocht de universiteit van Giessen in 1618. Een studiegenoot uit Wildungen, genaamd Johann Ruppel, was waarschijnlijk de zoon van Heinrich Ruppel. Johannes keerde vervolgens terug naar Garbenheim en Wetzlar aan de rivier de Lahn. Zijn 3 echtgenotes waren Anna Marie Koch, Anna Lorentz en Anna Schuler. In het boek Garbenheim 776-1976 - Ein Heimatbuch (bewerkt door Waldemar Küther, heruitgegeven door de gemeente Garbenheim) is het harde levern beschreven van Johannes Macrander gedurende (o.a.) de 30-jarige oorlog (1618-1648).
(Wildungen, 1655)
.
.
In de aktes van 1603 wordt een rechter voor Hamm en Rhynern aan de rivier Lippe genoemd. Hij participeerde op Schloss Heessen mogelijk bij
de ondervraging van Else Lindeman (of: Linnemann), beschuldigd van hekserij. Bekentenissen in deze streek van Westfalen werden verkregen
door de verdachte in het water te gooien in een speciaal heksenbad. De handen werden gekruist aan de enkels vastgebonden. De verdachte bleef drijven of zonk. Als de verdachte bleef drijven dan werd de verdachte schuldig bevonden en werd op gepaste wijze geëxecuteerd. Normaliter werd aan de verdachte een touw bevestigd waardoor, in geval de verdachte zonk, de persoon kon worden omhooggetrokkente ter voorkoming van verdrinking. Een beschrijving hiervan is vermeld op de website http://www.historicum.net in een artikel "Hexenforschung-E-Texte".
Arnold Langemann wordt in voetnoot [69] van het artikel genoemd. Hij was een geassocieerde van Herr Von Recke, bewoner van Schloss Heessen. Deze informatie is afkomstig van het archief Boeselager-Höllinghofen, nr. 17: gerechtsverslag van de procedure tegen Else Lindeman (of: Linnemann) vanwege tovenarij, inclusief een afschrift van de onderzoeksverklaring door Arnold Langemann, rechter voor Hamm en Rhynern, 1603. De vraag bestond of de genoemde rechter Arnold Langemann in Hamm en Rhynern, Westfalen op enige wijze gerelateerd was aan Arnold Langemann (Macrander) uit Waldeck, Hessen die in 1608 is geidentificeerd als procurator/raadsheer in Nieder-Wildungen, Waldeck, Hessen.

Prof. Dr. Gerhard Menk, de onderzoeker van het "Hessisches Staatsarchiv Marburg", suggereerde dat Arnold Langemann (Macrander) mogelijk al sinds 1600, aan het einde van zijn aanstelling als raadsheer van de weduwe gravin van Waldeck-Wildungen en als procureur, het recht beoefende. Maar het archief van Marburg beschikt over weinig informatie van de periode tussen 1600 tot 1608. Het is mogelijk dat Arnold Langemann (Macrander) die periode op tijdelijke basis als rechter is benoemd in dienst van Westfalen.
(Schloss Heessen)
Stadt Peckelsheim 1620
(* Vóllspänner   : De betekenins van "Vóllspänner" luidt in het Duits: "frohnpflichtiger Bauer, welcher ein ganzes Bauerngut besitzt".
                            Een bezitter van een groot agrarisch bedrijf (boerenhoeve) met een aanzienlijk landgoed, waarschijnlijk 80 ha of meer.
                            "Frohnpflichtig" houdt in dat men hand- en spandiensten moest verrichten voor de grondheer. Dat kon een adelijk heer of
                            zelfs een klooster zijn.)

  
Waldeck_De_Merian_Hassiae
Arnold Langemann (Macrander) werd begin 1594 aangesteld als raadsheer in de 'Hochfürstlicher Waldeckischer Rat' van de weduwe gravin van Waldeck-Wildungen (volgens Prof. Dr. Gerhard Menk van het "Hessisches Staatsarchiv Marburg": gravin Barbara von Hessen, weduwe van graaf Daniel von Waldeck-Wildungen) in Alt-Wildungen. Uit een bron blijkt dat hij in deze periode eveneens secretaris en thesaurier was van de graven van Waldeck-Wildungen. In 1594 trouwde hij Margaretha Nicolai, dochter van Theodor Dietrich Nicolai (voorheen: Rafflenboel) en Katharina Meyhan en jongere zuster van pastor Philipp Nicolai. Philipp Nicolai was een luthers hofprediker, pastor en tevens dichter van geestelijke liederen en daarnaast leraar van de graaf Wilhelm Ernst von Waldeck (zoon van weduwe gravin Margaretha von Gleichen-Tonna van de Waldeck-Wildungen lijn). Hij was een groot verdediger van het Lutheranisme tegen het Katholicisme en het Calvinisme.
(Waldeck, 1655)
bad_wildungen_de_merian_hassiae
Terugkerend in Waldeck werd Arnold van 1591 tot 1593 secretaris aan het hof van de graven van Waldeck-Eisenberg in Korbach. Zijn volgende aanstelling was hoofd van een school in Mengeringhausen, Waldeck, nabij Bad Arolsen voor de duur van een jaar.
Als oud-medewerker van de graven van Waldeck en zwager van Philipp Nicolai (allen protestant) bleef Arnold natuurlijk een protestant toen hij naar Peckelsheim (regio Paderborn) verhuisde. Een protestant die alleen aanzien genoot onder andere protestanten, maar zeker niet onder katholieken. Arnold Langemann (Macrander) was in die tijd in Waldeck een zeer geleerd en invloedrijk man, maar niet in het overwegend katholieke Paderborn. Dit was een totaal ander gebied, ook al grensde de beide territoria Waldeck en Paderborn aan elkaar. Arnold is dus niet eervol op een kerkhof, maar als ketter buiten de stadspoort aan de straatkant begraven. Zo waren de Katholieke wetten in Paderborn in die tijd: ketters die stierven, dienden buiten de stad te worden begraven.
Uit nader onderzoek is echter gebleken dat Arnold Langemann (Macrander) niet de bewuste rechter was op slot Heessen, maar ene Arnold Langeschede (ook: Langescheid). Volgens de onderzoekers wordt de naam Arnold Langemann echter wel in het "Findbuch des Heessener Archivs" genoemd. Of Arnold Langemann (Macrander) eveneens een rechter op slot Heessen is geweest, is momenteel niet bekend.
Johanniter_Hospital_-_Wildungen
Arnold en Margaretha woonden in de ambtswoning dat gevestigd was in het Johanniter Hospitaal tussen Alt-Wildungen en Nieder-Wildungen. Hun zoon Josias Macrander werd in 1590 geboren. Margaretha stierf op 14-02-1597 aan de pest. Naar aanleiding hiervan schreef Philipp Nicolai een brief aan zijn zwager Arnold Langemann (Macrander) en zijn broers Johannes en Jeremias Nicolai. Uit deze brief blijkt dat Arnold en Margaretha nog een tweede, jongere zoon hebben gehad. Verdere gegevens over deze jongere zoon zijn helaas niet bekend. Daarnaast is gebleken dat Arnold en Margaretha ook nog een (onbekende) dochter hebben gehad. Zij was getrouwd met een zekere Petronellus uit Lippstadt.
(Voormalige Johanniter Hospital tussen Alt- en Nieder-Wildungen, alwaar de ambtswoning van Arnold Langemann-Macrander)
(Een raadsheer en een burger)
Corbach
Mengeringhausen_Merian_anno_1655
(Korbach, 1655)
(Mengeringhausen, 1655)
Ratsherr_und_Buerger
Schloss Heessen
“Endlich ist mein Vatter ao 1620 den 15 ten martij zu peckelsheim mehr auß anfechtung der religion als alter in vera fide in Jesum Christum devote gestorben, weil er aber vor seinem ende dem Meßpfaffe nicht beichten wollen, haben Sie ihn auff den Kirchhof nicht wollen begraben lassen, u obschon bey dem Prelaten Zu Paderborn die begräbnuß auff dem Kirchhoff auch mit Zahlung 100 Rthr gebeten, ist ihr Zumahl abgeschlagen, hat ihn also zwischen abend durch etliche leute, ohne Klang v. (= und) gesang v. einig begleitete nachbarn oder nachtbahrinnen vor die Büßerpforte an die Straße begraben müssen, daurauf ein großer grabstein geleget. und als Wir Kinder in der Uberschrifft die ursach dieser schmerzlichen begräbnuß gedencken wollten, ward solches durch den pfaffen verbotten, u mußte der steinmetz nur auff den stein hauen diese wort: Der Erbar Arnoldy Langeman liegt alhir. Bey Ehrliebenden Christen aber ist diese schmeheliche begräbnuß uns seinen hinterlassenen Kindern Keine unehre etc.”
(Handtekening van Arnold Langemann en daarnaast zijn persoonlijke zegel, afkomstig van een persoonlijke (niet-ambtelijke) brief van 1587. Het zegel toont een 5 spaaks wagenwiel op een zogenaamd renaissance-wapenschild. Het gaat hier "zonder twijfel" om het persoonlijke zegel en niet om het wapenbeeld van het bisdom Osnabrück, aldus het Nedersaksisch Landsarchief Hannover namens het bisdomsarchief Osnabrück. De lakzegel zelf was onherkenbaar beschadigd, maar het zegel was gelukkig in het papier doorgedrukt, zodat het toch nog herkenbaar is gebleven. Deze afbeelding is bewerkt. Het origineel is namelijk perkamentkleurig. Doorsnede: 1,4 cm.)